Rol gemeente in de lokale economie

De beste manier om vanuit de lokale overheid de economie te stimuleren is door een open, dienstverlenende houding. Op lokaal niveau moeten bedrijfsleven en gemeente uiterst serieus met elkaar in relatie staan. Daarvoor moet in overheidsland in de eerste plaats worden gestopt met de cultuur van het eigen gelijk. Dit kan alleen bij betrouwbaar leiderschap vanuit het bestuur, vergezeld van een sterk sturende en controlerende rol vanuit de lokale politiek.

De rol van de gemeente in het stimuleren van de lokale economie is in de basis vrij eenvoudig. De overheid is daarin niet allesbepalend, maar moet de rol die zij kán spelen wel uiterst serieus nemen. Simpel gezegd bestaat die rol uit het faciliteren van een aantal belangrijke (sociaal-)economische ingrediënten: grond, bereikbaarheid, woonruimte en – voorzover dit een overheidstaak is – een sociale infrastructuur.

Hier zijn tal van regels voor afgesproken. De regels kloppen op zich wel, maar de interpretatie, de samenhang en de omvang ervan werken eerder remmend dan dienstverlenend. En ziedaar: het gelijk van de binnenwereld, ten koste van de buitenwereld, is een feit. Om dit te voorkomen is – om te beginnen – echt leiderschap nodig, zowel in de bestuurlijke als in de ambtelijke top. Deze leiders moeten zich realiseren dat de lokale overheid een resultante is van de samenleving zelf en dat zij zich ook dienovereenkomstig moeten gedragen, in plaats van ‘onderdeel van het systeem’ te worden of te gaan zweven op hun macht. Met andere woorden: zij moeten sturen in de voortgang van het proces, en in de weging en het draagvlak van de regelgeving.

Lokale politici spelen hierin een bepalende rol via de gemeenteraad, ook tijdens de uitvoeringsfase. Doorlopend moeten raadsleden de brug slaan tussen wat er maatschappelijk speelt en de manier waarop de overheid daarmee omgaat. Zij moeten regels op voorhand toetsen op hun samenhang en consequenties in uitvoering. Daarnaast moeten zij als volksvertegenwoordiger bereikbaar zijn als het fout gaat. Vanuit die kennis kan de gemeenteraad toetsen en controleren of het college de gastvrijheid betracht die past bij het voorgenomen economisch beleid.

De komst van de dualisering in het lokale bestuur heeft in theorie de taak van lokale politici alleen maar zwaarder gemaakt, willen zij deze rol serieus nemen. Het is een kans, maar het grijpen daarvan is ook een kwestie van cultuur.

Het college dat roept dat de gemeente zo mooi centraal in het groen ligt, onderscheidt zich niet en staat daarmee allerminst met de rug tegen het gemeentehuis en de blik op de maatschappij. De samenleving zelf zorgt wel voor de lokale economie. De gemeenteraad, het college van b & w en de ambtelijke organisatie moeten zich sterker dan voorheen realiseren dat zij slechts facilitair zijn, in dienst van die samenleving zelf. Niet voor niets heten ambtenaren in Engeland civil servants.