Bergs beleid OZB oneerlijk

Ondernemers in de kernen van de gemeente Geertruidenberg die boven hun bedijfspand wonen, vinden dat ze veel te veel onroerendzaakbelasting betalen. Ze eisen dat de gemeente hen geld terugbetaalt.

Marco Verbrugge heeft namens het bestuur van ondernemersvereniging BRUG een brief aan het college van B en W van de gemeente Geertruidenberg gestuurd over de kwestie. Verbrugge: „Verschillende ondernemers worden buitenproportioneel zwaar getroffen door gemeentelijke heffingen.“

In het verleden was er in Geertruidenberg één ozb-tarief voor woningen en niet-woningen. Dat is niet meer het geval. Er is een laag tarief voor woningen en een hoog tarief voor niet-woningen. ‘De WOZ-waarde van winkels in de kernen is bijna net zo hard gestegen als van woningen. Dit in tegenstelling tot zakelijk onroerend goed op industrieterreinen’, schrijft Verbrugge. Volgens de voorzitter van de ondernemersvereniging zijn er binnen de gemeente ongeveer honderd ondernemers benadeeld door de regelgeving. „Maar de meesten hebben dat zelf niet eens door“, zegt Verbrugge. In zijn brief staat: ‘Er hebben zich twee schrijnende gevallen geopenbaard. Bij de een is de belastingdruk in acht jaar met 444 procent gestegen (de belastingdruk ging van 243 naar 1078 euro), bij de ander 479 procent in vier jaar (de belastingdruk ging van 124,59 naar 721,05 euro).’ De twee betreffende ondernemers hebben ook een brief naar burgemeester en wethouders van Geertruidenberg gestuurd. Beide ondernemers zijn van mening dat er ‘geen kwade bedoelingen’ achter het ozb-beleid zitten, maar eisen wel dat ze het – in hun ogen – te veel betaalde geld terugkrijgen. Ook de brief van Verbrugge aan het college eindigt met: ‘Wij verzoeken u vriendelijk om dit probleem met terugwerkende kracht te corrigeren.’

Wethouder van Financiën Louise Laurijssen zegt de brieven ‘absoluut heel serieus’ te nemen. „Maar omdat het nog vakantieperiode is, is het erg lastig om meteen met een antwoord te komen. We moeten een goed zicht krijgen op de hele zaak en onderzoeken wat de mogelijkheden en onmogelijkheden zijn.“ Volgens Laurijssen is de situatie, geschetst door de ondernemers, een gevolg van een besluitvorming van de raad in het verleden. „Ik kan niet voor een ander zeggen of hij of zij de effecten van dat besluit heeft kunnen voorzien.“

Verbrugge heeft geen zin om tot na de vakantieperiode te wachten op antwoord. „We willen dat dit wordt meegenomen in de begroting voor 2007. Dan kopen ze maar een kunstwerk minder.“ Laurijssen zegt daarop: „We zijn druk bezig met die begroting. Het is een hele opgave om die sluitend te krijgen. We moeten goed bekijken wat wel en niet kan.“