Kwart bouwbedrijven wankelt

25 procent van de grootste Nederlandse bouwbedrijven nadert een faillissement tenzij aandeelhouders bereid zijn met extra geld over de brug te komen. Dit blijkt uit een onderzoek dat het Financieele Dagblad deze week heeft gepubliceerd.

De bouw leek de laatste maanden juist enigszins uit het slop te raken. Nadat in 2012 en 2013 een recordaantal bedrijven door een faillissementen werd getroffen, leek 2014 een trendbreuk in te zetten: cijfers van Faillissementsdossier lieten zien dat het aantal faillissementen daalde met 34 procent. Met name gespecialiseerde bedrijven als timmerlieden, elektriciens en schilders wisten zich beter staande te houden, mede dankzij de tijdelijke steunmaatregel van het kabinet dat het btw-tarief op renovatiewerk verlaagde naar zes procent. Bovendien trok de woningmarkt flink aan: in vergelijking met het dieptepunt dat medio 2013 werd bereikt, stegen de verkopen en de transactieprijzen aanzienlijk. Grotere bouwondernemingen wisten echter nauwelijks van deze ontwikkelingen te profiteren, zo blijkt nu.

Eind december maakte Ballast Nedam al bekend dat het met partijen in gesprek is over een fusie of een overname. De bouwgigant uit Nieuwegein noteerde vorig jaar een verlies van tientallen miljoenen. In de branche circuleren berichten als zouden leveranciers hun materialen aan hen niet meer op krediet maar enkel à contant willen verkopen. Ballast Nedam is niet het enige bedrijf dat in zwaar weer verkeert. Het onderzoek van het Financieele Dagblad, dat de resultaten van de twintig grootste Nederlandse bouwbedrijven onder de loep nam, laat zien dat de meeste ondernemingen door hun reserves heen zijn. Door de messcherpe concurrentie zijn de operationele winstmarges geslonken tot een magere twee procent terwijl zij acht procent nodig hebben om goed te kunnen draaien. De solvabiliteitsratio – de verhouding tussen eigen en vreemd vermogen die inzicht geeft in de mate waarin een onderneming aan zijn verplichtingen kan voldoen – is bij sommige bedrijven gezakt tot tien procent. Een ratio van 25 tot 30 procent is vereist om nieuwe opdrachten te kunnen verwerven.

Edmond Verstraete, hoofd van de bouwsectie van PwC, voorspelt dat 2015 ‘heel moeilijk’ wordt voor de bouw, vooral omdat projecten die eerder met nauwelijks kostendekkende marges zijn aangenomen nu moeten worden opgeleverd in een aantrekkende markt waarin de inkoopprijzen zijn gestegen en veel personeel op straat is gezet. Voor bedrijven die het hoofd boven water weten te houden, lonkt een rooskleurige toekomst. De Bouw Performance-analyse die PwC een paar maanden geleden uitbracht, gaat voor de periode tussen 2015 en 2020 uit van een gemiddelde groei van vier procent, voor de woningbouw wordt zelfs meer dan tien procent voorspeld. Maar, waarschuwt PwC, alleen ‘bedrijven hun eigen huis strategisch op orde hebben’ zullen de verbeterende marktomstandigheden weten te benutten. ‘Zolang aloude waarden als ondernemerschap, doorzettingsvermogen, een resultaatgerichte instelling en veranderingsbereidheid de toon aangeven, is er reden voor vertrouwen in de toekomst, zeker nu er na zeven magere jaren eindelijk zicht is op herstel,’ aldus PwC.