Financiering probleem voor helft bedrijven

In Nederland zijn we gewend om als ondernemers als eerste aan de bank te denken bij een kredietaanvraag. We zijn gewend om in 80% van de gevallen bij een van de grootbanken af te spreken om de kredietaanvraag uit te zetten.

In de Angelsaksische wereld (Groot-Brittanië, VS, Canada, Nieuw-Zeeland, Australië) is dat absoluut niet zo. Daar wordt slechts in een kwart van de gevallen als eerste gedacht aan een bank. In 75% van de gevallen denken zij eerst aan alternatieve financiering.

In ons land heeft jaarlijks 1 op de 5 ondernemers een kredietbehoefte. We praten dus over een kredietbehoefte van 75.000 bedrijven per jaar. Van deze kredietbehoefte is ongeveer 70% kleiner dan 250.000 euro en in 86% van de gevallen is de behoefte lager dan 1 miljoen euro.

De actuele statistieken zijn dat circa 52% van de bedrijven de financiering niet krijgt en 12% wordt slechts deels gefinancierd. Een snelle rekensom leert dus dat 45.000 bedrijven jaarlijks hun financieringsbehoefte niet krijgen ingevuld. De reden van de bank om de financiering af te keuren is in 58% van de gevallen dat op dit moment het ‘risico al te hoog’ wordt beoordeeld…

Inmiddels zoekt 63% van de ondernemers in Nederland inmiddels heil in een vorm van alternatieve financiering. In slechts 30% van de gevallen gaat de ondernemer er ook daadwerkelijk mee aan de slag en daarvan is slechts een derde succesvol en krijgt alternatieve financiering geregeld. Dus 15.000 bedrijven gaat op zoek naar alternatieve financieringen en daarvan slagen er 5.000 in dit te organiseren.

Uitgaande van voorgaande cijfers slaagt dus ruim de helft van de bedrijven jaarlijks er niet in om een vorm van (groei)financiering rond te krijgen. De gevolgen hiervan voor de economische motor lijken duidelijk.