Is de leegstand groter dan we meten?

Winkelgebieden vormen een belangrijke voorziening. Belangrijk voor winkeliers en vastgoedeigenaren, maar zeker ook belangrijk voor consumenten en inwoners. De uitdaging nu en komende jaren is dan ook om in te spelen op wijzigingen in ons eigen winkelgedrag. Want de veranderingen volgen elkaar in hoog tempo op.

Lokaal zijn er veel positieve ontwikkelingen. Rondom de Markt in Geertruidenberg geven ondernemers aan meer activiteiten te willen en in het centrum van Raamsdonksveer zien we ondernemers die het lef hebben en mooi nieuwe zaken starten. Maar deze initiatieven zijn binnen de actuele dynamiek broos en moeten vooral gestimuleerd en gefaciliteerd worden. En politiek populisme is daarvoor wat ons betreft ongepast.

Eerder berichten wij dat de gemeente de leegstand bagatelliseert en dat standpunt zijn we nog steeds toegedaan. Alle focus blijft gericht op de Lidl en wanneer die er is dan komt het allemaal goed. Maar is dat zo?

Dat we regionaal koploper zijn op leegstandsgebied wordt ter kennisgeving aangenomen maar is geen actief (politiek) uitgangspunt. Vooral worden verzachtende omstandigheden benoemd zodat de ‘ernst’ van de situatie ontkracht wordt. Maar valt het wel mee? Want moeten we de leegstand van sporthal(len) en aanverwant ook niet bij deze materie betrekken?

Na de realisatie van een nieuwe sporthal bij het Dongemond College lijkt namelijk vergeten dat in Geertruidenberg een sporthal leeg staat en het pleintje met winkels staat te verpieteren. Hiervoor ligt geen plan. En ook de sporthal in Raamsdonksveer lijkt binnen afzienbare leeg te komen staan. En dan hebben we het nog niet over de leegstand van de Dongecentrale en aangrenzende panden + terrein.

De lokale leegstand is dus niet kleiner/minder ernstig zoals we (wensen) te denken maar de leegstand is groter. Je zou dit kunnen benoemen als bijvangst van onvoldoende doortastend handelen. Maar de belangrijkste vragen zijn: Wat hebben we hiervan geleerd en hoe gaan we hier actief mee om?