Strengere Milieueisen Kosten de KOP

Brabantse boeren moeten sneller strengere milieumaatregelen doorvoeren. Daardoor dreigt de hele agrofoodsector in de problemen te komen.

‘Straks kan een derde van de Brabantse veehouders de deuren sluiten.’

Emotionele taferelen waren het, op 7 juli in een overvol Provinciehuis van Brabant. Zo’n achthonderd boeren en andere ondernemers woonden in Den Bosch de stemming bij over de strengere regels voor de uitstoot van ammoniak en fijnstof die de Province wil invoeren. Er werd een laatste poging gedaan om Gedeputeerde Staten te overtuigen dat sneller invoeren van die maatregelen (in 2022 in plaats van 2028) – een plan van gedeputeerden Johan van den Hout (SP) en Anne-Marie Spierings (D66) – desastreus uitpakt voor ondernemers in de provincie. Niet alleen voor boeren, maar ook voor een groot aantal ondernemers die een link hebben met de agrarische sector. In de weken voorafgaand aan de stemming, bleek wel hoe hoog het zit: de hashtag BoerenhorenbijBrabant was op Twitter zelfs een aantal uren trending topic.

Voor Huub Fransen, directeur van veevoederfabriek Fransen Gerrits, is het zuur. Een paar weken gelden vierde hij nog het 120-jarige bestaan van zijn bedrijf. Maar nu houdt hij zijn hart vast voor de gevolgen die het besluit van de Provincie voor zijn bedrijf zal hebben.
Alle stallen in de provincie moeten straks ‘emissiearm’ zijn. Dat betekent dat ze over vijf jaar allemaal ‘luchtwassers’ moeten hebben: installaties die ammoniak en fijnstof uit stallucht filteren. Dat kost de veehouders veel geld. In sommige gevallen gaat het om investeringen van honderdduizenden euro’s. Veel boeren kunnen dat niet betalen. Al helemaal niet omdat die investeringen nu sneller moeten worden gedaan dan eerder was afgesproken. Stoppen is dan voor naar schatting vele honderden tot enkele duizenden boeren de enige optie die rest. Ondernemers als Fransen krijgen daar ook last van. Zijn bedrijf – met een hoofdkantoor in Erp en drie productievestigingen in de regio – produceert voer voor varkens en biggen en biedt werk aan ongeveer 160 mensen. Het bedrijf realiseert 90 procent van z’n afzet binnen de provinciegrenzen. Vrijwel alle klanten zitten binnen een straal van 100 kilometer van de productielocaties. Volgens hem een bewuste keuze. ‘We spreken dezelfde taal als de klant. En doordat we dicht bij hem zitten, weten we wat er speelt. Bij de klant zelf én in zijn omgeving. Bovendien beperken we zo onze transportkosten.’ Lees hier verder

Bron: Opinieblad Forum