9 tips voor beter groenbeheer

Iedereen heeft het over de vergroeningsopgave. Architecten en stedebouwkundigen weten er wel raad mee.  Maar wie gaat al dat groen beheren?

Getuige de prachtige artist impressions van groene steden als moderne Hof van Edens. 

Groen is dé remedie om negatieve effecten van klimaatverandering – wateroverlast door slagregens, hittestress, extreme droogte – te dempen. Maar net zoals de tuin van de buurman vergt openbaar groen onderhoud. En dat vraagt aandacht en dat kost geld. Dan is de politiek vaak minder toeschietelijk.

Groen delft nog vaak het onderspit, zegt Peter de Visser, hoofd Stadsbeheer van de gemeente Zoetermeer. ‘Ik krijg makkelijker geld voor een brug en een straat dan voor de vervanging van groen. Maar het tij begint te keren. Elke gemeente moet een klimaatstresstest maken. In politieke programma’s staat vergroening bovenaan de prioriteitenlijst.’

Toch, als het erop aankomt, is de politiek volgens De Visser vaak nog niet bereid om meer geld voor onderhoud te reserveren. Dat kan problematisch worden als de stad onder druk van klimaatverandering verder vergroend zal moeten worden.

Vakblad Stedelijk Interieur maakte een ronde langs de velden en kwam tot 9 suggesties voor effectiever groenbeheer en meer groenrendement.

  1. Gebruik onderhoudsluw groen
    In de Houtense nieuwbouwwijk De Steenen Poort is 3000 vierkante meter aan plantvlakken voorzien van een zogenaamde prairiebeplanting met een mengeling van vaste planten en siergrassen die weinig onderhoud vergen en elk jaar opnieuw opkomen. De prairiebeplanting zorgt voor diversiteit en een seizoensbeleving. De plantvlakken zijn aangelegd in een speciaal samengesteld mengsel van lavagesteente waarin de planten zich vervolgens zelf kunnen handhaven. Wanneer de planten eenmaal staan, is de prairiebeplanting minder onderhoudsintensief dan bijvoorbeeld de traditionele heesterbeplanting, waar regelmatig knippen en schoffelen noodzakelijk is. De beheerkosten kunnen tot 70 procent lager zijn dan de kosten van regulier beheer, mede omdat je maar eens per jaar hoeft af te maaien. Na het maaien komt de beplanting vanzelf opnieuw op.
  2. Zoek de oplossing op en aan gebouwen
    Projectontwikkelaar Peter van der Gugten, directeur van Heijmans Vastgoed, onderscheidt drie niveaus van openbaar groen: op en aan gebouwen, in semiopenbaar gebied en zuivere publieke ruimte. ‘Groen op daken en aan gevels van gebouwen, daar heb je als gemeente geen omkijken naar, terwijl het wel bijdraagt aan klimaatdoelstellingen,’ zegt hij.
    Het voordeel van dak- en gevelgroen is dat dit een oplossing is op particulier terrein en de gemeente dus buiten schot blijft. Het is wel zaak dat je deze vorm van groen als gemeente aan de voorkant in de vorm van gebiedsconstructies inbrengt en ervoor zorgt dat het beheer goed is georganiseerd. Ook dak- en gevelgroen vergt onderhoud.
  3. Haak aan op maatschappelijke opgaven
    Vergrijzing, gezonde stad, veiligheid, leefklimaat, klimaatverandering: het zijn belangrijke maatschappelijke veranderingen en opgaven die hoog op de agenda’s van politici en beleidsmakers staan en een extra motivatie vormen om meer in groen en groenbeheer te investeren. Het is wel zaak dat je dit goed verkoopt. ‘Gezonde stad’ verkoopt beter dan ‘meer geld voor groenbeheer’. Als je goed verkoopt kun je ook leunen op budgetten voor gezondheid, veiligheid, leefkwaliteit, stelt Peter de Visser.
    De Visser maakt hier in de praktijk ‘gebruik van: ‘Wij verbinden groenonderhoud steeds vaker aan andere doelstellingen. Je merkt dat het commitment vanuit het bestuur dan groeit.’ Hij stelt dat helpt als er een bewijslast is dat groen bijdraagt aan de leefkwaliteit. De HAS Hogeschool in Den Bosch brengt inmiddels vrij nauwkeurig de maatschappelijke baten van groen in kaart.

Lees hier verder.

Bron: Stadszaken.nl – 24 september 2018