Duizenden verplaatsbare woningen ingezet in strijd tegen woningtekort

Gemeenten en sociale woningbouwverenigingen kiezen voor demontabele huizen uit een fabriek.

Opstapwoningen in Nijkerk Beeld Raymond Rutting / de Volkskrant

De plaatsing van een prefab-huis is eenvoudiger, goedkoper en sneller dan permanente bouw. Ook kunnen tijdrovende juridische procedures worden overgeslagen, zoals het aanpassen van een bestemmingsplan of de rechterlijke toets van bezwaren van omwonenden.

Rotterdam maakte woensdag bekend 1.500 tot 3.000 verplaatsbare woningen te willen plaatsen in de gemeente. Door heel Nederland zijn al nederzettingen gerealiseerd van vaak enkele tientallen van deze woningen. Nog veel meer projecten staan op de planning. Meestal gaat het om appartementen of kleinere vrijstaande huizen voor starters op de woningmarkt, ‘spoedzoekers’, zoals mensen in echtscheiding, en vluchtelingen die zich permanent in Nederland mogen vestigen.

In 2017 werden er 1.200 verplaatsbare woningen gebouwd, 6 procent van de nieuwe sociale huurwoningen, werd in maart bekendgemaakt op een congres van gemeenten, corporaties en gespecialiseerde bouwers. Dit jaar nam dat aantal snel toe. In Amsterdam-Oost werd bijvoorbeeld een verplaatsbaar gebouw neergezet met 81 sociale huurwoningen. In het Gelderse Nijkerk werden 28 vrijstaande verplaatsbare woningen in gebruik genomen. Corporatie Wonen Limburg liet in America, Weert en Panningen 50 tijdelijke woningen plaatsen.

Op Texel worden 100 verplaatsbare woningen gebouwd. Ook Purmerend krijgt er 100. Op Science Park in Amsterdam komen 240 van dergelijke woonunits. De Brabantse gemeente Meijerij bereidt zich voor op het neerzetten van 100 verplaatsbare woningen. In het Rotterdamse plan moeten de eerste tijdelijke appartementen volgend jaar zijn neergezet. Leerkrachten en agenten behoren tot de beoogde huurders. De woningen moeten hooguit tien jaar blijven staan.

‘Tijdelijk is vaak permanent’
Hoogleraar woonbeleid en woningmarkt Marja Elsinga van de TU Delft waarschuwt voor de verwachting dat de tijdelijke huizen weer zullen verdwijnen. ‘Tijdelijk is vaak permanent’, zegt zij vandaag in de Volkskrant, met een verwijzing naar het verleden. Veel noodwoningen die na de Eerste en Tweede Wereldoorlog zijn gebouwd zijn nog steeds in gebruik.

De nieuwe generatie tijdelijke woningen wordt gebouwd in een fabriek, aangevoerd per vrachtwagen en heeft geen zware fundering nodig. De prijs per wooneenheid loopt uiteen van 30 duizend tot 100 duizend euro. De bouw van permanente woningen wordt juist steeds duurder. Aannemers hebben na de economische crisis overvolle orderportefeuilles en kampen met een tekort aan personeel en stijgende prijzen van grondstoffen.

Door snelle verbetering van de productie van prefab verplaatsbare woningen wordt de verplaatsbare woning een steeds sterkere concurrent van het klassiek gebouwde huis, verwachten de betrokken bedrijven. Jeroen Troost, maker van het verplaatsbare Habhuis, stelde in vakblad Cobouw dat de branche gaat groeien naar een productie van meer dan tienduizend woningen per jaar. Het kabinet wil dat er in Nederland circa 75 duizend nieuwbouwwoningen per jaar worden gerealiseerd.

Bron: de Volkskrant – Marc van den Eerenbeemt 15 november 2018