Het principe-akkoord pensioenen: dit is wat het betekent

Het voorlopige pensioenakkoord beslaat 21 pagina’s.

FNV-actiebijeenkomst vorig jaar in Utrecht ANP

Heel veel moet de komende weken en maanden nog worden uitgewerkt, in wet- en regelgeving gegoten en door pensioenfondsen overgenomen.

Maar in het kort komt het neer op een bevriezing van de AOW-leeftijd, een langzamere stijging van die leeftijd in de toekomst en flexibeler pensioenen. De dreigende verlaging van miljoenen pensioenen is van de baan. Voor zzp’ers komt geen verplicht pensioen, maar wel een fiscale regeling om het aantrekkelijker te maken om een pensioen op te bouwen. En voor de zware beroepen wordt drie jaar eerder stoppen financieel aantrekkelijker.

Het hele pakket aan veranderingen en maatregelen van het nieuwe pensioencontract kost over een periode van 15 jaar alles bij elkaar 8 miljard euro.

AOW-leeftijd stijgt minder hard
De pensioenleeftijd waarop je AOW krijgt, wordt tot 2022 bevroren op de huidige 66 jaar en 4 maanden. Daarna stijgt de leeftijd in twee jaar naar 67 jaar in 2024. Nu is het nog zo dat de AOW al in 2021 op 67 jaar zit en in 2022 op 67 jaar en 3 maanden.

Bovendien stijgt de AOW daarna minder hard mee met de levensverwachting. Vanaf 2024 zal de AOW-leeftijd voor elk jaar hogere levensverwachting met 8 maanden verhoogd worden, in plaats van met een jaar.

De levensverwachting van mensen na hun pensioen ligt nu op 19,88 jaar. Als je 65 jaar bent, leef je dus nog gemiddeld bijna 20 jaar. Voor 2024 is dat opgeschroefd naar 20,63 jaar en voor 2030 ligt het op 21,30 jaar.

Het bevriezen en vertragen van de stijging van de AOW-leeftijd kost ook geld, ongeveer 5 miljard euro voor de periode 2020 tot en met 2025.

Vroegpensioen: eerder stoppen
Een heikel punt in de pensioendiscussie zijn de mensen met zware beroepen, mensen die omwille van de fysieke of psychische belasting van hun werk niet langer willen of kunnen doorwerken. Een lijst van wat zwaar is en niet, komt er niet, wel een vertrekregeling voor ouderen waarbij iedereen eerder kan stoppen met werken.

Vanaf drie jaar voor pensionering, dus de AOW-leeftijd, kunnen ouderen een door de werkgevers betaald bedrag krijgen om de tijd tot de AOW-leeftijd te overbruggen. De werknemer kan bovendien al voor een deel putten uit zijn vooruitgeschoven pensioen. Tot 1100 euro is dat boetevrij, daarboven moet nog wel een boete betaald worden. De regeling is met name gunstig voor laagopgeleiden en laagbetaalden, waar doorgaans ook de meeste zware beroepen onder vallen. In cao’s kunnen nog aanvullende afspraken gemaakt over de vertrekregeling.

Het kabinet wil bovendien iedereen de mogelijkheid geven om een deel van het opgebouwde ouderdomspensioen op te nemen bij de pensioendatum. Het gaat om maximaal 10 procent, bijvoorbeeld om een hypotheek af te betalen of het huis te verbouwen.

Flexibele pensioenuitkering
Het nieuwe pensioenstelsel moet een eerlijker verdeling geven tussen jong en oud van wat ze aan premie betalen en pensioen krijgen boven op de AOW. Wie jong begint, betaalt pensioenpremie die langer belegd wordt en daardoor meer oplevert. In het nieuwe pensioencontract wordt niet de hoogte van de pensioenuitkering vastgelegd maar de ingelegde premie.

De pensioenuitkering wordt flexibeler en beweegt mee met goede en slechte beleggingstijden. Dat betekent dat de pensioenuitkering de ene keer omhooggaat en de andere keer daalt. Pensioenfondsen kunnen de pensioenen indexeren en verhogen bij een dekkingsgraad van meer dan 100 procent en verlagen als die onder de 100 procent uitkomt. De extra financiële buffers die fondsen nu moeten aanhouden, zijn niet meer nodig en daarmee zit iets als de vermaledijde rekenrente pensioenfondsen veel minder dwars.

Eigen pensioenpotje
De harde garantie op een bepaald pensioen met alle verwachtingen en teleurstellingen van dien vervalt. “We gaan meer geld naar de mensen brengen door minder geld op te slaan in de buffers”, zegt FNV-voorzitter Han Busker. “Dus we beloven minder, maar maken meer waar.”

De doorsneesystematiek wordt afgeschaft, en vervangen door een leeftijdsonafhankelijke premie met leeftijdsafhankelijke opbouw. Iedereen spaart met een eigen pensioenpotje voor een pensioen gebaseerd op het gemiddeld verdiende loon. Jongeren gaan niet langer meebetalen aan de pensioenen van ouderen.

Mensen van rond de 45 jaar die al een tijd pensioen opbouwen maar nog jaren te gaan hebben, zitten door de wisseling eigenlijk het meest knijp. Bij hen moet er in veel gevallen geld bij. Kabinet, vakbonden en werkgevers willen proberen het kostenneutraal op te lossen door onder meer te hoge of te veel betaalde pensioenpremies niet te verlagen en buffers te gebruiken voor de pensioenopbouw. Bij elkaar gaat het om circa 2 miljard euro per jaar.

Kortingen
Het is een hele opluchting voor een groot aantal pensioenfondsen en gepensioneerden. De metaalpensioenfondsen PME en PTM zouden vanaf 2020 snijden in de pensioenuitkeringen, omdat ze financieel niet aan de vereiste dekkingsgraad van 104 procent voldoen, ABP en PfZW zouden in 2021 moeten korten.

De dreigende kortingen van de pensioenen voor bijna 10 miljoen pensioenuitkeringen zijn met het pensioenakkoord van de baan, Korting is met het nieuwe beleid en de nieuwe spelregels niet nodig, omdat buffers niet echt meer nodig zijn. Met een kleine slag om de arm, want als de economie dit jaar verslechtert zakken de vier grootste pensioenfondsen alsnog onder de nieuwe vereiste 100 procent dekkingsgraad en moeten dan korten.

Hoe verder?
De FNV en het CNV gaan het pensioenakkoord voorleggen aan de leden. Van woensdag 12 juni 11.00 uur tot zaterdag 15 juni 12.00 uur kunnen de vakbondsleden hun stem uitbrengen, de uitslag volgt later op 15 juni. Als de vakbondsleden instemmen kan iedereen aan de slag.

De bevriezing van de AOW-leeftijd op 66 jaar en 4 maanden moet wettelijk geregeld worden en kan binnen een paar weken in de Staatscourant. Een stuurgroep van kabinet, werkgevers en vakbonden gaat vervolgens aan de slag om alles uit te werken. Tegen de tijd dat alles rond is zijn we een paar jaar verder.

Bron: NOS – 05-06-2019