Als de gemeente brood gaat verkopen?

Recentelijk kondigde de gemeente de beoogde bouw van een 5,2 miljoen euro kostende sporthal bij het Dongemond College aan. Een sportvoorziening die niet alleen voor de school zou moeten gaan dienen maar ook daarbuiten ingezet gaat worden. Als sportaccomodatie voor verenigingen, als locatie voor evenementen. enz. Ook de vestiging van het Centrum voor Jeugd en Gezin is erbij bedacht en de sportvoorziening zal waarschijnlijk voorzien worden van een passende horecafaciliteit. Maar wat zijn de bedreigingen?

Want tegen een mooie sportfaciliteit voor scholieren zullen weinigen een bezwaar hebben. Maar bij het overige gebruik zal een dergelijke voorziening gaan concurreren met bestaande lokale sportfaciliteiten. En dat kan niet genegeerd worden aangezien we het ook niet zouden negeren wanneer de gemeente ineens besluit om brood te gaan verkopen.

En hoe gaat men de horecafaciliteit voorzien en uitbaten. Gaat men hiermee de concurrentie aan met bestaande lokale horeca?

En het Centrum voor Jeugd en Gezin er vestigen? Een voorziening in iedere gemeente in NL als herkenbaar inlooppunt in de buurt waar ouders en jongeren terecht kunnen met hun vragen over gezondheid, opgroeien en opvoeden.

Het verdient een goede en onafhankelijke afweging of en in hoeverre deze sportfaciliteit bestaande lokale ondernemers beconcurreert. Ook moet de gemeente zich eens beraden of een Centrum voor Jeugd en Gezin net als bijvoorbeeld een bibliotheek niet gewoon in het Veerse centrum (Heereplein/Hoofdstraat) thuishoort. Stimuleert de levendigheid en biedt flexibiliteit om in te blijven spelen op de toekomst.