Bedrijventerrein en detailhandel

Binnen de gemeente Geertruidenberg ontbreekt een detailhandelsbeleid/visie om sturing en richting te geven aan ontwikkelingen op dit gebied. Deze onduidelijkheid op hoofdlijnen kan er dan ook voor zorgen dat er keuzes/ontwikkelingen ontstaan die anders zijn dan dat wat wenselijk is.

In de dagelijkse praktijk blijkt overigens dat het niet eenvoudig is om onderscheid te maken tussen verschillende soorten detailhandel. In de ruimtelijke ordening is de definitie van detailhandel zoals deze door het NIROV1 wordt gehanteerd, algemeen geaccepteerd. Deze definitie luidt: “Het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die deze goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit”

In de praktijk worden gemeenten vaak geconfronteerd met verzoeken van ondernemers die verkoopactiviteiten willen uitoefenen op locaties buiten de normale winkelcentra. Indien er sprake is van groothandel of verkoop aan andere bedrijven is er geen probleem. Hiervoor zijn er immers de bedrijven- en handelsterreinen. Als de verkoop plaatsvindt aan particulieren is er volgens bovenstaande definitie echter sprake van detailhandel.

De vestiging van detailhandel is, uitzonderingen daar gelaten, niet wenselijk op bedrijventerreinen. Ten eerste is er de concurrentie met de bestaande winkelstraten. Op deze winkelstraten zijn de huurprijzen hoger en zijn er minder parkeerplaatsen. Toch is het maatschappelijk en ruimtelijk gezien wenselijk dat deze traditionele winkelstraten blijven bestaan. Redenen zijn hiervoor onder meer: toenemen van het aantal autokilometers, verdwijnen van de kleine ambachtelijke ondernemers, verdwijnen van de “winkel-om-de-hoek, waarna ook de gezellige drukte die zo kenmerkend is voor de traditionele winkelstraten verdwijnt. Ten tweede kent de detailhandel een heel andere dynamiek dan bedrijven die zich normaal op bedrijventerreinen bevinden. Detailhandel moet het in tegenstelling tot de groothandel niet hebben van de verkoop van producten in grote hoeveelheden aan andere bedrijven, maar moet het hebben van de verkoop van kleine hoeveelheden aan zoveel mogelijk klanten. Inherent hieraan is dat detailhandel veel verkeer aantrekt bovenop het al aanwezige (vracht)verkeer en dat er veel parkeerplaatsen nodig zijn. Bedrijventerreinen zijn hier doorgaans niet op ingericht, waardoor er problemen ontstaan in de verkeersafwikkeling en parkeermogelijkheden. Productiebedrijven kunnen daarnaast overlast veroorzaken in de vorm van geur, geluid en visuele overlast. Op bedrijventerrein moeten deze productiebedrijven normaal kunnen functioneren zonder zich druk te hoeven maken over overlast.

Aan de andere kant zijn er ook argumenten om soepeler om te gaan met de verzoeken om detailhandel op perifere locaties toe te staan. Al sinds de jaren 70 is het toegestaan om auto’s, boten, caravans, en brand- en explosiegevaarlijke goederen te verkopen op perifere locaties. Na verloop van tijd kwamen daar om praktische redenen de meubelwinkels, tuincentra en bouwmarkten bij. Het aantal perifere branches dat zich op grond van het provinciale beleid mag vestigen op bedrijventerreinen is nog niet zo lang geleden nog een keer uitgebreid met o.a. tenten en vloerbedekking.

In de gemeente Geertruidenberg zijn verschillende ontwikkelingen op detailhandelsgebied gaande. Om duidelijkheid op hoofdlijnen te scheppen en richting te geven aan komende ontwikkelingen is het daarom zinvol om op korte termijn een detailhandelsbeleid/visie op te stellen/uit te spreken.