Bezettingsgraad industrie blijft laag

Het producentenvertrouwen is in oktober licht gestegen. De indicator kwam uit op 0,5, tegen -0,1 in september. De positieve en negatieve antwoorden hielden elkaar, net als de afgelopen maanden, in evenwicht.

Het producentenvertrouwen is samengesteld uit drie deelindicatoren: de verwachte productie in de komende drie maanden, het oordeel over de voorraden gereed product en het oordeel over de orderpositie. De stemming over de toekomstige productie was iets minder optimistisch dan in september. Toch was het aantal ondernemers dat verwachtte dat de productie zal toenemen nog beduidend groter dan het aantal dat een afname voorzag. Het oordeel over de voorraden verbeterde enigszins. Het oordeel over de orderpositie was iets minder negatief.

De ondernemers zagen de orderontvangsten in de afgelopen drie maanden iets toenemen. Het aantal ondernemers dat dacht hun personeelsomvang uit te breiden in de komende drie maanden was iets kleiner dan het aantal dat een krimp verwachtte. De concurrentiepositie is volgens de ondernemers in het derde kwartaal op de Nederlandse markt licht verbeterd en op de buitenlandse markt ongewijzigd. Over de toekomstige buitenlandse afzet waren de ondernemers even optimistisch als een kwartaal eerder. Onvoldoende vraag werd nog steeds door een kwart van de ondernemers genoemd als een productiebelemmering.

De bezettingsgraad steeg van 80,2 procent in juli naar 80,6 procent in oktober. Desondanks was de bezettingsgraad nog steeds laag. Afgelopen 20 jaar benutte de industrie steeds tussen de 80 en 87 procent van haar productiecapaciteit. Het aantal ondernemers dat de productiecapaciteit als te groot voor de verwachte afzet beoordeelde, was kleiner dan een kwartaal eerder.