De grote brand in ’t Veer

Het jaar 1909 kent een koele en natte zomer. Zo hebben ze er veel zien langskomen in Raamsdonksveer, het schippersdorp aan de Donge. Toch zal de zomer van 1909 de Veerenaren nog lang heugen, want dat wordt het jaar van de Grote Brand. Die speelt zich af in het Smitseind, een zijstraat van de Keizersdijk.

Het Smitseind is één van de mooiste straten van Raamsdonksveer, volgebouwd met huizen die voor het merendeel voorzien zijn van rieten daken. De straat maakte deel uit van de Langstraat en de oude route van Raamsdonk naar het Kartuizerklooster. Dat is de situatie op zondag 8 augustus 1909, de dag dat een onweer losbarst boven Raamsdonksveer. Dan slaat de bliksem in op de boerderij van Adriaan de Bruijn. De boerderij van De Bruijn staat in korte tijd in lichterlaaie. Het vuur wordt aangewakkerd door een felle oostenwind, die grote stukken brandend riet over de daken van de andere huizen jaagt. Dat zijn voornamelijk arbeiderswoningen, boerderijen en schuren. Binnen een kwartier staat alles in de straat van tweehonderd meter lengte in brand. Als het vuur is uitgewoed, hebben veertig gezinnen geen huis meer. De dakloze families kunnen, voor zover ze niet bij familie worden ondergebracht, terecht in een tijdelijk tehuis bij de zusters van het Sint Theresiagesticht aan de Grote Kerkstraat. In de zogenaamde barakken vinden negen gezinnen onderdak. Deze barakken zijn eigenlijk bestemd voor patiënten met een besmettelijke ziekte.

De ramp in Raamsdonksveer trekt nationale aandacht. Verschillende kranten berichten over ‘den grooten brand’. Ook het koninklijk huis laat van zich horen. Op vrijdag 13 augustus 1909 brengt prins Hendrik een bezoek aan de slachtoffers. Ook neemt hij een kijkje aan het Smidseind. Daarna spreekt hij in het gasthuis met de getroffen gezinnen. Met de zusters en dokter Hoyng drinkt de prins na afloop een glaasje champagne in de vestibule. Als blijvende dank voor het bezoek van de prins wordt de straat van Smidseind omgedoopt tot Prins Hendrikstraat. Raamsdonksveer herstelt snel van de ramp, de huizen worden herbouwd. Het leven herpakt zich. Vier jaar later in augustus 1913 is het dorp het toneel van uitbundige onafhankelijkheidsfeesten. Er worden feestpoorten geplaatst. Op het Heereplein worden volksspelen gehouden en er trekt een grote optocht van versierde wagens en groepen door het dorp. Aan de Prins Hendrikstraat verdwijnen de laatste sporen van de brand. Een van de gezicht bepalende panden is er nog altijd, café De Witte Leeuw. Getroffen door de brand werd het vervolgens weer in ere hersteld.