Europabrede betalingsrichtlijn = 30 dagen

Ondernemers in het midden- en kleinbedrijf weten in veel gevallen niet welke maatregelen zij kunnen nemen als een opdrachtgever te laat betaalt. Bovendien maken mkb’ers die wel op de hoogte zijn van deze pressiemiddelen er nauwelijks gebruik van.

Dat blijkt maandag uit een rondgang langs incassobureaus. Het openstaande bedrag ligt naar schatting rond de zes miljard euro. ‘Heel weinig ondernemers die bij ons komen, weten van die maatregelen’, zegt Jean Plukker, die zich bij financieel dienstverlener Graydon bezighoudt met jurisdictie op het gebied van incasso. ‘En er zijn nog minder ondernemers die er ook daadwerkelijk wat mee doen.’ De regelingen zijn volgens Plukker dan ook vooral een ‘papieren tijger’.

De maatregelen waarover Plukker spreekt, zijn vastgelegd in de Late Payments Directive – ook wel de Richtlijn Achterstallige Betalingen – die op 16 maart Europabreed werd ingevoerd. In de vernieuwde richtlijn is de uiterste betalingstermijn voor bedrijven teruggeschroefd tot dertig dagen.

Alleen als dat contractueel is vastgelegd, is een termijn tot zestig dagen mogelijk. Europese overheden en semipublieke instellingen moeten hoe dan ook binnen dertig dagen betalen. Als een opdrachtgever een factuur niet binnen die termijn voldoet, mogen bedrijven een percentage van het uitstaande bedrag als vergoeding vragen voor incassokosten. Daarvoor geldt een minimum van veertig euro, ook als het gefactureerde bedrag lager ligt. Daarnaast mogen bedrijven de wettelijke handelsrente over het openstaande bedrag rekenen. Deze staat sinds 1 juli op 8,5 procent per jaar.

Veel effect hebben de maatregelen evenwel nog niet, zo blijkt uit cijfers van Graydon en branchegenoot Intrum Justitia. Gemiddeld betaalden Nederlandse bedrijven volgens cijfers van Graydon tussen begin april en eind juni hun facturen pas na 44,5 dagen, terwijl dat in de publieke sector lag op 46,6 dagen. Branchegenoot Intrum Justitia kwam na het eerste kwartaal met vergelijkbare cijfers in zijn European Payment index 2013.

Dat het merendeel van de bedrijven ondanks de ruime overschrijding van de betaaltermijn toch niet gebruikmaakt van de beschikbare maatregelen is volgens de incassobureaus overigens niet alleen uit onwetendheid. ‘Veel bedrijven willen hun relatie met de schuldenaar niet op het spel zetten’, aldus Plukker. ‘Dus denken ze: ik zeg maar niets.’ Tegenover grote bedrijven zijn de maatregelen nauwelijks effectief, weet Edwin Prevoo, directeur van de Nederlandse afdeling van Intrum Justitia. ‘Als een ondernemer bij het grootbedrijf komt, zeggen die gewoon: onze betaaltermijn is negentig dagen. Dan kun je wel weigeren, maar voor jou zijn er minimaal twee anderen.’ De overheid en semipublieke instellingen behandelen ondernemers echter niet anders, stelt Prevoo. ‘Die lijken wat dat betreft erg op het grootbedrijf’, meent hij. ‘De overheid voert daarin geen voorbeeldfunctie uit.’