Gemeente laks met verzoeken

*** Recentelijk is er vanuit ondernemersvereniging VOG een bezwaar ingediend vanwege het overschrijden door de gemeente van wettelijke termijnen. Deze problematiek blijkt echter niet op zich te staan. Dit mag echter geen reden zijn om dit te accepteren ***

Veel gemeenten reageren nog altijd niet goed op klachten en verzoeken van burgers. Vooral bezwaarschriften en aanvragen voor vergunningen worden in veel gevallen te traag afgedaan. Zelfs als de wettelijke termijn waarbinnen een gemeente moet reageren is overschreden, worden de indieners vaak nog in het ongewisse gelaten. Een briefje dat een bepaalde beslissing is uitgesteld, kan er vaak niet af.

Dat blijkt uit een onderzoek dat de Nationale Ombudsman, Alex Brenninkmeijer, gisteren heeft gepresenteerd. Brenninkmeijer noemt het niet tijdig afhandelen van burgerbrieven een ‘hardnekkig probleem’. Hij vindt dat gemeenten meer moeten samenwerken ‘om burgers fatsoenlijk, en dus ook tijdig, te beantwoorden’. Dat overheden vaak zeer laat reageren op allerlei klachten, verzoeken en aanvragen is niet nieuw. De rijksoverheid werd in 2003 door Brenninkmeijers voorganger Roel Fernhout op de vingers getikt voor de trage afhandeling van brieven. Dat noopte de regering ertoe een actieprogramma te ontwikkelen dat de rijksambtenaren beter moest laten presteren. Volgens Brenninkmeijer zijn de eerste resultaten daarvan hoopgevend te noemen. Om te zien of ook gemeenten beter zijn gaan corresponderen met hun burgers, besloot Brenninkmeijer zelf onderzoek te doen. De Nationale Ombudsman schreef daarvoor 290 gemeenten aan. Elf gemeenten, verspreid over de provincies, werkten mee aan een ‘diepteonderzoek’. De overige 279 hoefden slechts op drie vragen te antwoorden.

De resultaten van die laatste, grote enquête leken op papier hoopgevend, maar de praktijk bleek weerbarstig. Want waar uit de antwoorden bleek dat de gemeenten over het algemeen een ontvangstbevestiging zeiden te sturen, kreeg de ombudsman er zelf slechts 44 van binnen. Een groot aantal gemeenten, 124, liet zelfs helemaal niets van zich horen, ook niet nadat een herinneringsbrief was gestuurd. „De conclusie lijkt gerechtvaardigd dat een aantal gemeenten een te positief beeld heeft geschetst van de eigen uitvoeringspraktijk“, aldus Brenninkmeijer in het onderzoeksrapport.