Gemeentelijke politieke verantwoordelijkheid

Politieke verantwoordelijkheid kan gezien worden als hoeksteen van de democratie of anders geciteerd: ‘De ziel van alle politiek is verantwoording’.

In een lokale democratie mandateren de kiezers macht aan de gekozen vertegenwoordigers in de gemeenteraad. De gemeenteraad submandeert deze macht vervolgens weer aan het College als uitvoerend orgaan. De wethouders besturen samen met de burgemeester de gemeente. Dit aan elkaar geschonken ‘vertrouwen’ dient steeds getoetst worden. Dit is in aanmerkelijke mate ook gebeurt middels het deze week bekend gemaakte WSG-rapport.

En wanneer uit het WSG-rapport blijkt dat het College ‘niet tijdig, niet volledig en niet juist’ geïnformeerd heeft en zich zelfs manipulatief heeft gedragen. Wat dan?

Het nemen van verantwoordelijkheid heeft oa als resultante het (toekomstig) vertrouwen. Het is namelijk geen rituele positie die men bekleedt maar een verantwoordelijkheid die men op zich genomen heeft. En de wijze waarop men met deze verantwoordelijkheid omgaat bepaalt in belangrijke mate het (toekomstig) vertrouwen dat men geniet.

Wanneer deze verantwoordelijkheid foutief benut blijkt te zijn – zoals in het WSG-rapport beschreven – dan zou het een overweging zijn om te acteren vanuit de feitelijkheid en op basis hiervan de verantwoording te nemen. Een strategische politieke afweging en slachtoffering behoort echter tot de verwachting. Maar is er een kans op herhaling? Wat doet dit met het vertrouwen? Overdacht en overwogen acteren kan dus raadzaam zijn.