Innovatie is een flop

Toen hoogspringer Dick Fosbury tijdens de Olypmische Spelen van Mexico in 1968 een gouden medaille won door ruggelings over de lat te springen vormde dat een ware doorbraak in zijn sport. De conventionele sprong met de benen vooruit werd daarmee naar de geschiedenisboeken verwezen.

Het bedrijfsleven heeft de mond vol over innovaties, maar wat wordt daarmee eigenlijk bedoeld? Nieuw blijkt bij alle uitleg het kernwoord. De als ‘Fosbury-flop’ bekend geworden sprong was volstrekt nieuw. Maar wat door bedrijven als innovatie wordt bestempeld bestaat in negen van de tien gevallen allang.


Meestal blijkt het bij innovatie tegenwoordig te gaan om het combineren of verbeteren van dingen die we al kennen. Soms om het veranderen van werkwijzen. Maar echt vernieuwen is toch iets anders. Om aan het criterium van volstrekte nieuwigheid te voldoen zal er sprake moeten zijn van een radicale omwenteling. Echte innovaties komen meestal van kleine of jonge bedrijven of van eigenzinnige figuren die niet gehinderd worden door de status quo en alles te winnen hebben met een ‘flop’.