Kenniseconomie NL van belang

Nederland moet zijn kenniseconomie versterken om het opgelopen terreinverlies op exportgebied te compenseren. Dat stelt het Economisch Bureau van ABN AMRO woensdag in een rapport over de staat van de Nederlandse export.

Nederland zou zich meer dan nu moeten focussen op de rol van kennis bij de productie van goederen, waarbij de nadruk moet liggen op die onderdelen van het productieproces waarmee het meest kan worden verdiend. Om “kennis en kunde” te stimuleren is onderwijs noodzakelijk, aldus de bank. Uiteindelijk moet die investering in de kenniseconomie leiden tot meer export van in Nederland geproduceerde goederen.

De Nederlandse uitvoer verliest al jaren terrein ten opzichte van andere exportlanden, maar toch blijft de handel de motor van de Nederlandse economie, stellen de economen bij de bank. De export leverde de afgelopen twintig jaar de helft van de economische groei en is goed voor een derde van het bruto binnenlands product.

Toch groeit de wereldhandel sneller dan de Nederlandse export. In de afgelopen tien jaar nam de voor Nederland relevante wereldhandel per jaar met 3,5 procent toe. De export vanuit Nederland steeg weliswaar met 4,25 procent, maar doordat de helft van de vervoerde goederen niet in Nederland wordt geproduceerd, is toch sprake van terreinverlies.

Goederen die in Nederland zijn gemaakt hebben meer toegevoegde waarde en leveren meer groei en banen op, maar dat aandeel ten opzichte van de zogeheten wederuitvoer is de laatste jaren afgenomen. Tussen 2004 en 2013 groeide de uitvoer van in Nederland geproduceerde goederen met 1,5 procent. De wederuitvoer nam juist met 7 procent toe.