Matig groeiende economie stabiel

De groei van de Nederlandse economie blijft komend jaar gematigd, de werkloosheid daalt verder, de overheidsfinanciën verbeteren iets en de inflatie blijft onveranderd laag. Maar van het voorspelde winstherstel van bedrijven komt niet veel terecht. Dat komt naar voren uit de ‘decemberraming’ die het Centraal Planbureau dinsdag heeft gepresenteerd.

Bij het CPB is men niet geschrokken van de onverwachte krimp van de economie in het derde kwartaal, met overigens slechts 0,1%. Dat wordt ‘een incident’ genoemd en is volgens het Planbureau ‘deels het spiegelbeeld van de relatief sterke groei in het voorgaande kwartaal, toen bijvoorbeeld de gasproductie groot was’.

Vergeleken met de vorige ramingen van de derde dinsdag in september is het beeld slechts op enkele punten meer dan marginaal gewijzigd. De groeiramingen zijn onveranderd gebleven. ‘Het is opvallend dat het beeld zo constant blijft’, zegt hoofd Conjunctuur van het CPB Johan Verbruggen. ‘ Dat zou je niet verwachten in een periode waarin de onzekerheid, met name ook op de markten, nog zo groot is.’
Hij zegt dat de voorspellingen voor de groei van de wereldhandel en de invoer en uitvoer van Nederland wel iets neerwaarts zijn bijgesteld. ‘Dat leidt tot een geringe verlaging van de verwachting voor de groei. Maar het blijft binnen de afrondingsverschillen, dus in de cijfers zie je dat niet terug.’

Dat iets minder gunstige beeld leidt ook tot een kleine neerwaartse bijstelling voor de overheidsfinanciën. Het begrotingstekort komt volgend jaar uit op 4,1% van het bbp, waar in september nog 3,9% in de boeken stond.

De verschillen bij de winstgevendheid van de bedrijven en de arbeidsmarkt zijn wel opvallend, vergeleken met september. Toen luidde de CPB-boodschap nog dat de bedrijven een stevig winstherstel tegemoet konden zien. Daar blijft nu vrijwel niets meer van over. Bovendien is de verwachting voor de winstquote van dit jaar verlaagd van 11,75% naar 10%.

Die verlaging komt voor een deel doordat de banken hun winstmarges opvoeren. Deze winst als percentage van het nationaal inkomen betreft de bedrijven in Nederland zonder de banken en verzekeraars. Volgens het Planbureau blijken banken hun rentemarges op te voeren, zodat er voor bedrijven minder winst resteert.

De winsten staan ook onder druk omdat de arbeidsproductiviteit zich minder gunstig ontwikkelt. Voor dit jaar en 2011 worden minder uitbundige plussen verwacht dan in september. Hier lijkt zich te wreken dat bedrijven personeel wat langer in dienst houden, omdat gevreesd wordt voor tekorten als de vergrijzing toeslaat op de arbeidsmarkt. De prijs van dat beleid is dat de productie soms met meer personeelsleden wordt vervaardigd dan nodig is, en dat vergt zijn tol voor de bedrijfswinst.

De aanpassingen die het CPB heeft gedaan met de arbeidsmarktvoorspelling hangen hier direct mee samen. Het beeld is flink gunstiger dan in september. De verwachting van het aantal werklozen voor dit jaar is verlaagd van 435.000 naar 425.000. En die voor 2001 van 435.000 naar 400.000.

Maar dat is slechts de helft van het verhaal. De lagere werkloosheid gaat samen met een grotere groei van de beroepsbevolking. Die krimpt volgend jaar niet met een kwart procent, maar groeit juist met dat percentage Het leidt er per saldo toe dat de werkende beroepsbevolking in 2011 niet met 0,25% daalt, zoals in september werd verondersteld, maar juist met 0,75% groeit.