Sanering: 508 miljoen 1/3 benodigde geld

Het financiële wanbeleid van de Geertruidenbergse woningcorporatie WSG en het Rotterdamse Vestia wordt deze week voor het eerst pas echt gevoeld in Brabant. Vier weken geleden kregen de overige corporaties in Nederland de rekening voor de reddingsoperatie gepresenteerd. Voor vrijdag moet vanuit de 56 overige corporaties zo’n 65 miljoen euro zijn overgemaakt naar het zogeheten saneringsfonds.

Hhvl in Eindhoven neemt het hoogste bedrag voor zijn rekening. De Eindhovense corporatie moet liefst 6,6 miljoen euro bijdragen aan het fonds, nummer twee WonenBreburg ongeveer een miljoen minder. De Vughtse stichting Charlotte Elisabeth van Beuningen kreeg als kleinste corporatie ook de kleinste rekening: zo’n 32.000 euro.

Hhvl is de grootste betaler buiten de Randstad, waar de meeste echt grote corporaties zitten. De complete top twaalf van grote betalers zitten allemaal in Noord- of Zuid-Holland en Utrecht. Noord-Holland draagt dit jaar zo’n 112 miljoen bij, Zuid-Holland zo’n 106 miljoen. In totaal storten de honderden corporaties in Nederland deze week ongeveer 508 miljoen euro in het saneringsfonds.

Maar alleen al de redding van Vestia kostte zo’n tweehonderd miljoen euro meer dan dat. Voor de komende jaren kunnen de bestuurders van de woonstichtingen dus vergelijkbare rekeningen verwachten. De bedragen liggen nog niet vast, maar het Centraal Fonds Volkshuisvesting schat dat met de 508 miljoen nog niet eens eenderde van het benodigde geld binnen is voor het fonds. Dat werd enkele maanden geleden maar eens opnieuw duidelijk toen de nieuwe WSG-topvrouw Liesbeth van Beek bekend maakte dat de corporatie, ondanks de 108 miljoen die tot nu toe in de redding werd gestoken, nog steeds ziek is. En dan is de ellende bij het Rotterdamse Vestia bovendien nog vele malen groter dan in Geertruidenberg.