Tijd goedkoop bedrijventerrein voorbij

Versnipperd en te goedkoop aanbod van bedrijventerreinen maakt plaats voor kwaliteit en duurzaamheid. Een goede zaak vinden de ministers Cramers en van der Hoeven. De tijd is voorbij dat elke gemeente zijn bedrijventerrein aanlegt en die tegen bodemprijzen verkoopt of verhuurt om bedrijven en banen aan te trekken.

Vrijdag ging de ministerraad akkoord met een convenant dat de ministers Cramer (Vrom) en Van der Hoeven (Economische Zaken) hebben afgesloten met de provincies en de gemeenten. Centraal daarin staat dat de provincies een regierol krijgen; zij bepalen of en hoeveel nieuwe bedrijventerreinen nodig zijn en waar die moeten komen. Gemeenten mogen de winsten op nieuwe bedrijventerreinen niet meer zelf houden, maar moeten die ‘verevenen’ met gemeenten waarmee ze samenwerken in de regio. Herstructurering krijgt voorrang om onnodig ruimtegebruik en ‘verrommeling’ van het landschap tegen te gaan.

Het kabinet volgt in grote lijnen het advies dat de commissie Noordanus in 2008 uitbracht. Cramer spreekt van een ‘kentering’ in het beleid. Van der Hoeven is ‘er een beetje trots op dat binnen twee jaar de hele bocht is gemaakt’.