Vandaag failliet en morgen verder?

De tijden dat een bedrijf met een stevig hangslot op de poort een faillissement bezegelde, zijn definitief voorbij. De Schoenenreus, het lingeriebedrijf van Marlies Dekkers, garnalengigant Heiploeg, webshop Neckermann: ze ging ’s avonds failliet en ’s morgen weer open: ‘We zijn even failliet. Excuses voor het ongemak.’ Intussen neemt de kritiek op deze flitsfaillissementen scherp toe.

Het woord staat nog niet in de Van Dale maar dat is een kwestie van aftellen. 2014 wordt niet alleen het jaar van het verdwenen toestel van Malaysia Airlines en de historische WK-nederlaag van Brazilië maar ook van de flitsfaillissementen. Hoewel er sindsdien vele voorbeelden gevolgd zijn, is het met afstand sterkste staaltje van een flitsfaillissement dat van de Groningse garnalengigant Heiploeg. Op 28 januari werd het faillissement van de onderneming bekend gemaakt, een paar dagen later kwam reeds het vreugdevolle nieuws over de doorstart. Op een handjevol bestuurders na, had geen der garnalenboeren in de gaten dat de voortzetting – onder de vlag van het Katwijkse vissersbedrijf Parleviet & Van der Plas – in het diepste geheim was bekokstoofd door twee curatoren. Die nieuwe gasten die een paar weken geleden ineens veelvuldig over de vloer kwamen, dat waren toch vissersmannen? Ogenschijnlijk wel, om het personeel op een dwaalspoor te brengen, lieten de juristen hun colbertjes en stropdassen thuis en stapten ze in ruige truien en weekendbaardjes uit hun auto. Pas nadat de doorstart in kannen en kruiken was, ontdekte het personeel de ware identiteit van hun nieuwe collega’s: Gerard de Boer en Pieter de Jong bleken Gerard Breuker en Pieter Lettinga, verbonden aan het Groningse Dorhout Advocaten.

Wie denkt dat Breuker & Lettinga als de zoveelste personificatie van de firma List & Bedrog zijn aangeklaagd, komt eh, bedrogen uit. Hun vermommingspraktijken werden gedekt door niemand minder dan de rechter die het duo had aangesteld als stille bewindvoerder. Taak: op zoek gaan naar een koper voor de grootste garnalenproducent van Europa die, vooral als gevolg van een Brusselse boete voor illegale prijsafspraken, door financiële nood werd geteisterd. Breuker & Lettinga slaagden met vlag en wimpel. De boete werd tussen de paperassen van de failliete boedel geschoven, negentig mensen kwamen op straat te staan en de arbeidsvoorwaarden van het resterende personeel werden uitgekleed, kortom, bedrijf gered. De vakbonden pruttelden nog wat over ‘faillissementsgerommel’ en dat was dat. Mission accomplished.

Geldt het kunstje van Heiploeg tot op heden als het meest brutale flitsfaillissement, de snélste doorstart staat onbetwist op naam van webwinkel Neckermann.com. Binnen een vijf kwartier nadat de rechtbank in Breda – op 24 juni – het faillissement had uitgesproken, werden consumenten op de website gerustgesteld met de boodschap dat er voor hen niets veranderde. Sterker nog: ‘Het assortiment zal in de komende weken versneld worden opgebouwd en uitgebreid,’ zo viel er te lezen. Dat er voor het personeel van Neckermann wél het nodige wijzigde, werd evenwel niet medegedeeld. Hoewel hij een paar weken eerder zijn mensen nog had verteld dat zij niet hoefden te vrezen voor een nieuwe ontslagronde, maakte turnaround-manager Andreas Ezinga een circuswaardige reuzenzwaai: 185 van de 200 medewerkers werden er zonder pardon uitgebonjourd. En net als bij andere flitsfaillissementen, beten de vakbonden ook bij Neckermann briesend in het stof. ‘Doorgestoken kaart!’ foeterde Bart Leybaert van de Belgische vakbond BBTK namens de veelal Vlaamse personeelsleden.

Neckermann-directeur Ezinga had de euvele moed deze aantijging als ‘schandalig’ te kwalificeren. Maar als het er om gaat wiens optreden de meest schande oproept, scoort de gewezen KPMG-adviseur zelf de hoogste ogen. De vileine juridische chirurgie waar hij en zijn doorstartcollega’s zich van bedienen, ontbeert iedere wettelijke grondslag. In de VS en Engeland mag het heimelijk voorkoken van een bankroet middels een door de rechter benoemde stille bewindvoerder staande (én door de wet gesanctioneerde) praktijk zijn, de Nederlandse faillissementswetgeving voorziet niet in die mogelijkheid. Weliswaar heeft minister Opstelten de Angelsaksische pre-pack constructie opgenomen in zijn wetsvoorstellen rond de herijking van het faillissementsrecht, maar zijn ideeën ligt nog in de week bij de Raad van State: een paar weken geleden diende de bewindsman bij dit college een adviesaanvraag in. Op basis waarvan permitteren edelachtbaren zich de vrijheid flitsfaillissementen toe te staan? Op grond van een voorstel dat het parlement nog niet is gepasseerd? Waarom bijten vakbonden niet eens in het pluche van de rechter in plaats van het zand? Waar blijft het proefproces dat een eind maakt aan de willekeur? In het ene arrondissement blijven rechters strikt in de leer en weigeren zij in te gaan op pre-pack verzoeken, in het andere faciliteren zij de voorkokerij juist. Meer en meer wordt de op zorgvuldigheid geënte insolventieprocedure uitgehold tot een façade, een schaamlap waar de belangen van personeel, crediteuren, vakbonden mee worden verkwanseld.