Verdwenen ambachten: de stronttonnetjesschepper

Waar bleef de poep toen er nog geen riool was?

Met twee emmers vol poep een steil trapje af. Krantenpapier bedekt de lading.
Foto: HH/archief Spaarnestad 1953

Niet al het werk is even leuk. Zeker niet als dat bestaat uit het sjouwen van emmers gevuld met poep. Maar dankbaar is het wel, want wie wil er nu stinkende straten en grachten? In de serie Het zit erop: de stronttonnetjesschepper

Wie weet er nog smeriger werk te verzinnen dan dat van de stronttonnetjesschepper? Je kunt het je nu niet meer voorstellen, maar ondernemers die deze klus voor hun rekening namen hebben echt bestaan. En denk nou niet dat dit iets is uit lang vervlogen tijden. Ook in 1953 werden de tonnetjes nog opgehaald, zoals op de foto in de Amsterdamse Jordaan te zien is. Het was vies en onhygiƫnisch werk, petje af voor de mannen met de lange leren schorten die de klus wel wilden klaren.

Waar zijn ze nog?
Met emmers ontlasting rondlopen zal in Nederland niet meer voorkomen. Inmiddels hebben we 150.000 kilometer riool in ons land liggen (red: bron NOS), dat is bijna vier keer de omtrek van de aarde. Toch zijn er nog 8.000 huizen niet aangesloten op het rioolnetwerk, vooral in de buitengebieden. De bewoners maken gebruik van een septic tank, die weer wordt geleegd door een gespecialiseerd bedrijf. Maar dan uiteraard op een hygiƫnischer manier.

Stank en ziekten
In de middeleeuwen kwamen de uitwerpselen vaak in de gracht of op straat terecht. Vooral in de drukbevolkte steden bracht dat in de zomer een geweldige stank met zich mee en natuurlijk ook de nodige ziekten. Daarom besloten gemeenten dat de poep voortaan moest worden opgehaald. Dat gebeurde in emmers of tonnen van hout en metaal.

Ratelen
De wandeling met de emmers ging door het huis heen, want de poepdoos bevond zich vaak in de achtertuin. Of erger nog, van drie hoog waar de emmer in een kast werd bewaard, naar beneden. En denk maar niet dat er nooit eens wat over de rand heen gulpte of dat er nooit een tonnetje lekte. De emmers werden geleegd op de strontkar waarvan de komst werd aangekondigd door een man met een ratel. Zo wist je precies wanneer je de boel klaar kon zetten. Heel belangrijk, want de poep werd niet elke dag opgehaald.

De Boldootwagen
Die penetrant ruikende strontkar werd ook wel spottend de Boldootwagen genoemd, naar het bekende eau de colognemerk. De kar met vracht werd buiten de stad geleegd. Daar werd het verwerkt tot compost, die boeren in de omgeving gebruikten om hun land mee te bemesten. Met de komst van het riool en het toilet kwam er een einde aan deze vorm van ondernemerschap. Zou iemand hier rouwig om zijn geweest?

Bron: VNO NCW – Marcia Timmermans – 29-03-2019