Vertrek bedrijven gelijk aan wens college

Bedrijventerrein Gasthuiswaard lijkt steeds weer onderwerp van discussie te worden vanwege zijn ligging nabij woningen van de kern Geertruidenberg. Toen het Oranjebastion het bedrijventerrein nog verder naderde is door ondernemers en ondernemersvereniging de zorg uitgesproken over deze discussie en de ongewenste situatie die versterkt zou worden. De gemeente was echter van mening dat de woningbouw gewoon doorgang kon vinden en deed dit voortvarend. De bouw van het Oranjebastion bevindt zich dan ook reeds in een afrondende fase.

Duidelijk werd echter wel dat de bedrijven aan de voorzijde van bedrijventerrein Gasthuiswaard niet door iedereen gewenst waren. Een aantal prominenten sprak zelfs uit dat men deze bedrijven liever kwijt dan rijk was doch dat men niet de middelen had om dit te realiseren. In de Structuurvisieplus eerder dit jaar bleek vervolgens dat raad en college een zogenaamde groene zone op het bedrijventerrein had geprojecteerd en recentelijk bleek dat in de provinciale visie een landschappelijke geledingszone op hetzelfde deel van het terrein geprojecteerd is. Op een indirecte manier probeert men zo mogelijk een deel van de bedrijvigheid op het bedrijventerrein te gaan beperken/weren. Alternatief/extra bedrijventerrein is echter niet opgenomen in enige visie en per saldo zal er dan steeds minder ruimte beschikbaar komen voor bedrijven.

‘Toevallig’ blijkt Essent nu dan besloten te hebben dat een drietal bedrijven moeten vertrekken uit door Essent verhuurde panden op hetzelfde bedrijventerrein en binnen het beoogde groene gebied. Het college ontkent in deze dat er overleg met Essent heeft plaatsgevonden ‘dat tot deze concrete maatregelen van Essent heeft geleidt’. Het college laat echter wel weten dat ‘de wensen van Essent in deze samen vallen met die van het college’.

Met nadruk wil het VOG-bestuur overigens stellen dat het een huurder vrij staat om panden al of niet te verhuren. Het college laat echter wel zelf weten dat deze beslissing van Essent in lijn is met de wens van het college waarbij onduidelijk blijft op welke wijze men dit met elkaar besproken heeft. Ondanks deze onduidelijkheid is dit echter vreemd aangezien het college hiermee reeds anticipeert op een zelfgemaakte visie waarop de inspraakprocedure nog loopt. En wat is de mogelijkheid tot inspraak dan nog waard?