Zwakte van MKB is probleem krediet

De Nederlandsche Bank: Grote bedrijven hebben relatief weinig last van de beperkte kredietverlening. Bij het MKB wordt echter een relatief groot deel van de aanvragen afgewezen. Hierbij blijkt het eigen vermogen van de bedrijven zelf mede oorzaak.


Bij de huidige ramingen kunnen de Nederlandse banken de vereiste kapitaalversterkingen in de komende jaren bereiken zonder dat dit de groei van de kredietverlening aan bedrijven en gezinnen in gevaar hoeft te brengen. Dat neemt niet weg dat het vooral voor kleinere bedrijven moeilijk is om aan krediet te komen, zeker als ze door de crisis zijn verzwakt.

Dit blijkt uit een nieuwe Occasional Study van de Nederlandsche Bank (DNB), dat woensdag is gepubliceerd. In de nieuwe studie wordt berekend welk bedrag de banken tot 2019 nog nodig hebben om aan de verschillende nieuwe kapitaalvereisten en heffingen te voldoen.

In een basisscenario, waarin de economie zich ontwikkelt volgens de recente ramingen van DNB en de banken geen belemmeringen ondervinden op de kapitaalmarkt, kunnen banken aan de kapitaaleisen voldoen en in de verwachte kredietvraag van bedrijven en gezinnen voorzien. In twee alternatieve scenario’s met minder mogelijkheden om bancair kapitaal aan te trekken, blijft het kredietaanbod wel achter bij de kredietvraag, hetgeen een rem vormt op de economische groei.

Het is daarnaast mogelijk dat de economie zich gunstiger ontwikkelt dan geraamd. In dit laatste scenario ontstaat meer kredietvraag, doordat de bedrijfsinvesteringen sterk toenemen. In dat geval groeit de vraag naar krediet sneller dan het aanbod, tenzij banken bereid en in staat zijn extra kapitaal aan te trekken.

Kijkend naar de periode na de financiële crisis, zijn er sterke aanwijzingen dat aanbodeffecten de kredietverlening hebben beperkt, naast de sterk afgenomen behoefte aan nieuw krediet. Grote (beursgenoteerde) bedrijven hebben hier relatief weinig last van, doordat ze doorgaans flinke financiële buffers hebben, waarmee ze hun investeringsplannen met interne middelen kunnen financieren.

Dat ligt anders voor het midden- en kleinbedrijf, dat voor financiering veel meer is aangewezen op krediet van banken. Van de kredietaanvragen door het MKB wordt echter een relatief groot deel afgewezen. Vooral kleinere bedrijven waarvan de solvabiliteit en rentabiliteit door de crisis zijn uitgehold, kunnen moeilijk aan krediet komen. Dit komt deels door de afhankelijkheid van de binnenlandse economie, die vergeleken met de exportmarkt nog maar langzaam herstelt. Daarnaast is potentieel onderpand voor krediet sterk in waarde afgenomen, door de verslechterde onroerendgoedmarkt. Voor een deel van het MKB geldt in feite dat niet het bankkapitaal, maar het eigen vermogen van de bedrijven zelf de beperkende factor voor kredietverlening is.